Christoph en Damiën
Tuesday, June 03, 2008 12:59Even een paar mededelingen. Ik experimenteer een beetje met stijl in deze post. Het is een iets meer vertellende post. Daarnaast is-ie erg kort. Maar ik ben van plan iets recenter met kortere updates te werken. Dus morgen staat er weer een post op.
Eenmaal aan het tafeltje, besloot ik direct dat dit mijn laatste hand was die ik zou spelen. Zouden de jongens leuk vinden, dacht ik toen. Achteraf gezien was het terecht, dat ik dat dacht. Veel zin om te pokeren had ik eigenlijk niet meer, en hoewel de verleiding vooraf groot was, moet ik toegeven dat ik me erg klein voelde toen ik opeens besefte dat ik daar met 400 euro voor me zat te kaarten. Ik voelde mijn tweede persoonlijkheid naar boven komen. Er was Christoph, en er was wat ik zelf noem Damiën.
Damiën was het jongentje dat zich leed in de wereld aantrok. Dat is het kind in mij dat gelooft in zijn medemens, en dat soort dingen. Dat verbaasd is als mensen elkaar pijn doen, en soms in paniekerige onzekerheid verschiet als hij aan de voet van een belangrijke berg staat, waarbij hij het liefst in de schoot van zijn moeder weg zou kruipen. Daarnaast is er gewoon Christoph. Christoph is de arrogante alleskunner die het met iedereen per definitie oneens is. Behalve misschien met de mensen die ook vinden dat alle andere mensen maar ontzettend dom zijn, en eigenlijk zelfs ontzettend kinderachtig gedrag vertonen. Die ben ik tot nu toe nooit tegen het lijf gelopen in mijn leven, behalve Mayra misschien.
De tweede kaart was een ruiten boer. De pathetische onzin over de harten vrouw, daar had ik (Christoph) geen zin meer in. Ik zou me dus niet gaan afvragen wie dan die ruiten boer was, bedacht ik me op dat moment. Ik vroeg me af wie die ruiten boer was (Damiën). Ik plaatste de small blind, en gooide direct mijn hand weg.
“Ik heb er geen zin in,” zei ik.
“Wat krijgen we nou?” vroeg het dikke mannetje. “Spelen jij, en vlug een beetje.”
Ik zag niet echt in waarom ik alsnog zou spelen, al helemaal niet omdat alleen het dikke mannetje bij het tafeltje stond en het dus gewoon één op één zou zijn mocht hij me iets aan willen doen. Ik vroeg hem dus waarom ik in godsnaam niet zou mogen stoppen.
“Waarom je niet zou mogen stoppen?” vroeg hij, wat ik nogal een overbodige vraag vond omdat ik toch echt enkele seconden geleden had gezegd dat dat inderdaad het geval was. “Dat zal je dan wel merken. Ik heb wel vaker iemand met mijn handen bewerkt, dus ik zou maar oppassen, gaan zitten en doorspelen.”
Ja, als we gedwongen werden ons in een ring te werpen om een sumoworstelgevecht te houden: dan zou ik misschien vrezen dat je lichtjes de overhand zou hebben. Niet nu. Ik wisselde mijn fiches in voor het geld dat in de koffer lag en wilde weglopen. Terwijl ik opstond vloog het mannetje overeind en greep me bij mijn jas. Ik keek hem recht in zijn ogen aan. Zijn ogen zagen er agressief uit, er spoot werkelijk agressie uit. Erg onder de indruk was ik, nu even Christoph, niet. “Als je godverdomme maar weet, dat ik je nooit meer zal spelen. Nóóit! Hoor je me? Nooit!” Op het einde schreeuwde hij, wat ik een beetje hinderlijk vond. Hij pakte de pokerkoffer, en maakte dat hij weg kwam. Het meisje zat nu alleen aan de tafel. Ik wilde weglopen, maar vlak voor ik aanstalten maakte dat te doen voelde ik een hand op mijn schouder.
“Je moet je niet bedreigd voelen. Trek je niet teveel aan dat hij zo doet. Hij heeft er wel vaker last van.” Het was het meisje.
Comments
oee, hij is idd kort
wel grappig, een alter-ego 






looool paar grappige stukjes erin. Jammer dat ie kort is maar verheug me op morgen
Lekkere stijl ook dit, leest erg lekker.. ^.^