De tweede slag en een envelop
Wednesday, April 30, 2008 11:12Er lopen weinig mensen door de gang waarin ik zit. Eigenlijk zijn de enige aanwezigen de jongens achter het tafelte, ikzelf en een decadente homo die in een hoekje staat met een regenjas, en om de haverklap zijn regenjas opentrekt, waarop alle voorbijgangers stante pede hun pas onderbreken, een compliment geven over de zijn penislengte, en weer doorlopen. Inmiddels is de regenjas al een tijdje ongeopend gebleven, omdat er weinig winkelbezoekers meer rondhuppelen in het complex. Overigens heb ik geen antipathie tegen homo’s, integendeel (al is de verfijndheid in combinatie met de innerlijke krachteloosheid af en toe iets wat me stoort), maar wel tegen homo’s die in een hoekje van een gang van een winkelcentrum een regenjas open en dicht staan te doen, als een soort zelfverheerlijking, terwijl hun ogen vragen om complimenten over hun penislengte, maar enfin.
Terwijl ik met emmers mijn broek aan het ontdoen ben van mijn zweet (Hoog Catharijne, bestel de zandzakken en dijkbouwers maar alvast), komt het meisje van achter het tafeltje terug, ik weet niet waarom ze weg is geweest. Ze gaat naast Ed zitten. De uitstraling van het meisje doet me een beetje denken aan Mayra. Denken aan Mayra heb ik de laatste dagen opvallend weinig gedaan. Misschien komt dat wel door de teleurstelling die ze tot me heeft gebracht. Toen ik haar voor het eerst sprak, op introductiekamp van mijn studie, dacht ik nog dat ik eindelijk de ware was tegengekomen. Zij hield ook van regen, en zij haatte uitgaan ook, en zij haatte alle mensen die mee waren op kamp, ze haatte het kamp zelf, en ook alle mensen die niet mee op kamp waren haatte ze. Een misantroop, zoals ik dat zelf ook ben.
Ik krijg de tweede hand gedeeld van Ed, die net als de vorige hand de kaarten deelt ondanks het feit dat ik de eerste hand de dealerbutton voor me had liggen. Hij raiset, nadat hij in zijn kaarten heeft gekeken – nu wel, in tegenstelling tot de eerste hand. Ik kijk en krijg wat zenuwen. Na even te hebben nagedacht, besluit ik te reraisen. Ed kijkt me aan, ik kijk naar beneden. Ik voel weer zenuwen in mijn buik, en het is maar goed dat ik net even met wat emmers mijn broek leegde. Ed denkt niet al te lang na, en besluit vrij snel te: “Call.” De eerste flop die we gaan spelen komt nu, de pot is na mijn 3-bet naar 36 euro al 72 euro, wat neerkomt op ongeveer 1/15 van mijn volledige online bankroll. De flop bestaat uit de harten aas, schoppen tien en klaver drie. Ik pijns eventjes, en besluit te checken. Ed kijkt me lang aan, ook voor hem ligt er op welke manier dan ook druk op het spel, dat merk ik. Misschien dat hij een schuld heeft bij de andere jongens, of dat het voor hen ook gewoon veel geld is. Ik weet het niet. Hij kijkt strak, zijn pokerface is in elk geval goed. “Ik bet, 60,” zegt hij na enig moment denken. Ik probeer hem op een hand te zetten, maar ik kan niet goed tot een conclusie komen. Ik denk aan mijn online bankroll. Ik denk diep na. Ed verwacht veel fold equity te hebben, omdat er een aas ligt en ik dus elke hand behalve een set of een aas weg moet leggen. Als hij dus weet dat hij vaak de pot op zal pakken, zal hij ook vaker bluffen. Hij weet niet dat ik dat weet, dus in feite is all-in gaan hier op lange termijn winstgevend. “All-in,” zeg ik.
Al snel kwam ik er echter achter dat Mayra toch niet zo idyllisch is als ik dacht. Naast misantropie, bleek ook verbitterdheid een diepgewortelde eigenschap van haar te zijn. Niet dat ik me daar aan stoor, want ik ben zelf ook verbitterd tot op het bot. Maar heb ik de goede gewoonte mezelf meer toe te staan dan anderen. Zo mag ik wel verbitterd zijn, maar Mayra niet. En als ik een pessimistische, melancholische, misantropische en zwaarmoedige dag heb, dan neem ik mezelf dat niet kwalijk. Maar als een van mijn huisgenoten weer eens loopt te zaniken dat de wasmachine zoveel lawaai maakt of nog erger, een opmerking maakt over míjn zwaarmoedige gezeur, dan vind ik heel oprecht dat zo iemand maar beter een nekschot kan krijgen nadat hij eerst in een ondergescheten glasbak zestien keer met zijn hoofd de bovenkant moest raken door op en neer te springen. Maar dat weer even geheel terzijde.
Ze had al dagenlang niks van zich laten horen, en naar gevoelstijd al maanden niet. Eigenlijk is het misschien maar goed ook, dat ik niks meer van haar hoor. Ondraaglijk hard was ze de laatste keer dat ik haar sprak, in tegenstelling tot de eerste dagen dat ik leerde kennen, haar heel goed leerde kennen, van binnen en van buiten.
Eventjes denkt Ed na, ik zie dat hij vrij sterk is, maar dat geeft niet, hij moet eerst maar eens callen. “Wil je voor de helft spelen, een pot van 400 dus?” vraagt hij opeens, waarmee hij informatie probeert los te krijgen, maar zelf ook informatie weggeeft. Ik besluit mijn risico’s te verkleinen, en stem toe. “Oke, ik call,” zegt hij daarop direct, wat ik eigenlijk niet verwacht. Hij draait de turn, een zeven, die geeft nog een heel klein beetje hoop. Maar na de twee als vijfde kaart muck ik acht-negen suited. Ontzet, zit ik op mijn stoel, ik heb zojuist 200 euro verloren aan wat straatjochies. Ik sta op, en loop richting de pinautomaat. De zwerver die daar vlakbij staat, doet zijn regenjas open. Ik geef geen compliment. Ik pin 600 euro, en zit daarmee voor vandaag aan de maximale limiet, en waarschijnlijk is er niet veel meer van mijn bankrekening over op dit moment. Ik tilt niet, merk ik. Ik heb eerder een overwinningsgevoel. Ik zal eens wat laten zien, godverdomme. Een stoot energie dringt door tot mijn lichaam. Ik wil schelden, juichen, pokeren, verhogen, verhogen, over-agressief spelen, dit wordt mijn dag. Een dag dat álles lukt. Holladiejé.
Jidde loopt achter me, loopt mee naar buiten, hij duwt naar rechts. We lopen door de winkelstraat, en mensen kijken ons aan omdat Jidde nog altijd als een agent achter me loopt. Het boeit me niet zo. Hij had wat voor me, zei hij. Ondertussen praat hij tegen me: “Ik weet alles van jullie,” zegt hij. Ik vraag me af wie hij met ‘jullie bedoelt’, en wat hij dan van ons weet. We naderen het einde van de winkelstraat, en lopen rechtdoor een drukke tweebaansweg over, richting een soort parkje. Hij zet me neer op een bankje, en komt naast me zitten. Het bankje kraakt wat nadat Jidde zich erop liet zakken, en ik voel wat medelijden opkomen ten opzichte van het bankje. “Ik weet alles,” zegt hij nog een keer, een beetje geheimzinnig. Jidde kijkt me strak, maar niet onvriendelijk aan. Ik vraag me af wat zijn doel is. Hij gooit een steentje in het water, en ik hoor het verderop vallen in het vijvertje: ‘plop’.
Het is een semi-plechtig sfeertje, dat om ons heen hangt. “Luister,” begint Jidde. “Ik stond zojuist heel gezellig te doen in die kroeg, maar eigenlijk haat ik de sfeer. De mensen vind ik zielige inhoudloze flikkers, die op zoek zijn naar aandacht, en het hoofddoel dat alle mensen daar tezamen hebben is seks. Ze zijn alleen weer te zielig en lefloos om af te stappen op diegene die ze adoreren. Dan resten er twee opties, ze gaan gezellig staan doen, en de volgende week proberen ze al hun moed bij elkaar te rapen om dan wél af te stappen op ‘de ware’, wat dan uiteraard weer niet lukt, ze zich dan weer hetzelfde voornemen, waarna het weer niet lukt, en weer niet, en weer niet. Of ze gooien zich vol met zoveel alcohol, dat ze zich zo ontzettend voor schut zetten dat hun god verafschuwd op hen neerkijkt, waarna ze afgewezen worden met zinnetjes als “Jou zou ik mijn stront in de wc nog niet door laten spoelen, zo weinig ben je waard” of iets dergelijks. Ik haat zulke mensen in die kroegen, en ze zijn allemaal zo. Ik heb overigens ook een schurfthekel aan alle mensen búiten die kroegen, maar dat is weer een heel ander verhaal.” Ik mocht Jidde wel.
“Ontken maar niet dat je me een wandelende snackbar vindt, en dat je nu het vermoeden hebt dat ik tot die groep behoorde die zich volgooide met biertjes. Dat je dat denkt, kan me niets schelen.” Ik moet toegeven dat ik hij wel enigszins telepathische zintuigen had, want ik dacht inderdaad zoiets. “Ik had echter vanaf het begin al het idee dat je je mee hebt laten slepen door Christel. Dat doet ze namelijk met al haar vriendjes. Ik waarschuw je voor haar. De enige reden dat ik nu mee ben naar die kroeg, is dat ik verschrikkelijk verliefd ben op Christel. In feite hoor ik dus ook tot die wanhopige groep kroeggangers. Maar ik waarschuw je, ze is manipulatief, en ze is voor veel mensen, en waarschijnlijk ook voor jou, te slim.” (Te slim voor mij? Ha! Laat me niet lachen, maar enfin.) “Hier, dit heb ik voor je meegenomen. Maak het pas open als je thuis bent en geef het niet aan Christel, dan snap je misschien iets beter wat ik bedoel.” Hij overhandigde me een envelop.
Ik loop terug naar het tafeltje met de mededeling: “Rebuy.” De dikke jongen die ik een beetje als leider van het groepje zie, zegt daarop direct: “Zozo, klaar om nog meer te verliezen? Een doorzettertje, hoor. Stoer mannetje.” Vroeger zou ik nog wel geraakt worden door dit soort opmerkingen. Toen was ik kwetsbaar, bescheiden, verlegen. Nu ben ik onaantastbaar, arrogant en bij vlagen spraakzaam. Ik trek me niks van de opmerking aan, ik voel me eerder gesterkt door zijn opmerking.
Ik zit op de dealerbutton, en de volgende hand wordt gedeeld. Ik zit met 400 euro, en Ed met 600. Ik raise naar twaalf euro, en Ed callt direct zonder na te denken. Hij pakt de kaarten en legt er drie open. Hij moet het als eerste zeggen, en ik voel dat hij wil betten, maar toch checkt hij na een paar secondes al naar me toe. Ik kijk naar mijn kaarten, in het hoekje van één kaart zie ik een hoofdletter A staan. Op de flop ligt zo’n zelfde A, een aas. Ik zet de pot in, en direct callt Ed. Op de turn checkt hij direct, en ik zet direct wéér de pot in. Ed callt weer. Op de river is de pot 120, en ik zet nog eens 80 euro in, waarna Ed wederom dírect callt. Hij legt zijn hand open, pocket acht. De river is een acht. Ik kijk hem aan, hij kijkt mij aan. Hij wil de fiches naar zich toeschuiven, terwijl ik mijn eerste kaart openleg, de aas. Ed kijkt me ongeduldig aan, want hij is niet zeker de winnaar. De zenuwen gieren nu door mijn lichaam, waarom weet ik eigenlijk niet eens want het resultaat is al bekend. Mijn tweede kaart leg ik nu ook open, en Ed kijkt ernaar. Direct daarna kijkt hij naar mij, en weer naar de tweede aas die ik openlegde, goed voor een set azen.
Comments
Nice man, maar hoe is het mogelijk dat die kerel zn 88 niet raised op de river!!! Sick hoor, ik wil btw de volgende keer wel holecards bij het begin van een hand
Vond het niet tof om je te zien bluffen zonder dat ik wist wat je hand was haha!
En weer super! Please, typ snel de volgende. ik móet weten wat hierna komt, doortypen!!!!!!
hehe , weer geweweldig 
love it <3
jammer dat ik zo weinig van poker snap xD moet me er toch eens een keer in gaan verdiepen, ooit...
Slowroll ftw 
Nice storiez btw, keep it up!
lol wtf, wat een donkey -__------------- lekker callen met je set lolzOMG!RUSRS?!
slowroll omgwtf






Comments weer welkom