In extase
Saturday, May 03, 2008 13:35Ik heb de volgende twee gesloten kaarten al voor me liggen, maar ik meld het groepje dat ik stop. Ik vind het wel mooi geweest. Geen winst, geen verlies. En nog een adrenalinekick rijker ook. Ik pak mijn spullen en wil mijn fiches inleveren voor het geld. De jongens kijken me strak aan. “Waarom ga je?” vraagt de dikkere jongen. O god, gaan we moeilijk doen, is wat ik direct denk. Uit voorzorg zeg ik: “Ik wil wel rematchen, maar niet nu. Zijn jullie hier vaker?”
De jongen kijkt me even aan, geeft me mijn geld en zegt: “Elke zondag, dinsdag en vrijdag. Vanaf drie uur ’s middags.”
“Dan zien jullie me binnenkort wel weer verschijnen,” antwoord ik. Waarna Ed me een hand geeft: “Goed gespeeld, al was het kort.” Dit voor het tuig genereuze gebaar verwachtte ik eigenlijk niet. “Jij ook,” antwoord ik, al weet ik dat het in wezen nergens op slaat omdat ik maar moeilijk kan oordelen óf hij wel goed gespeeld heeft. Maar goed, ik zei het.
Ik stop de envelop in mijn broekzak, en Jidde gaat door met zijn ietwat compassionele monoloog. “Al wat dichtbij is wordt ver,” zegt hij. Direct vervolgd door: “Goethe,” en nog een keer, “Goethe. Alles is vergankelijk Christoph, besef je dat wel? Alles, alles is vergankelijk godverdomme. Alles is in wording, alles is geworden, en wordt. Jouw leven is geworden zoals het nu is, en het is ook weer anders aan het worden, nu ook. Dat is een theorie van Nietzsche, alles is in wording.” Ik snap wel wat hij zegt, maar niet waarom. “Dat is het verschrikkelijke aan leven misschien wel,” vervolgt hij. Ik snap wat hij bedoelt en bevestig hem. “We zitten hier nu op een verdomd bankje, terwijl ik op stap ben met mijn lerares. Ik ontmoet een volgevreten, wandelende snackbar, en nu praten we over filosofie. En ik moet zeggen, dat je nog gelijk hebt ook. Godverdomme, je hebt nog gelijk ook. Eén ding zal altijd hetzelfde blijven: niets blijft zoals het is.” Jidde knikt, en pakt me aan mijn arm. Ik heb het gevoel dat ik een zeventiendubbele flikflak ga maken, zo abrupt trekt hij me van het bankje af, maar het valt mee. Het blijft slechts bij een dubbele flikflak.
We lopen door de winkelstraat, maar nu gewoon naast elkaar. Waarschijnlijk zijn de meeste mensen toch te dronken om zich te herinneren dat we net als twee dronken gehandicapten achter elkaar liepen, dus daar hoef ik me geen zorgen meer om te maken. “Oke, en nu ga je zuipen, feesten, geen aandacht aan Christel besteden, sta boven haar. Dat is nog nooit iemand gelukt. Ik heb al haar vriendjes al meegemaakt en allemaal gingen ze ten onder na een paar maanden, omdat ze zich ongelukkig gingen voelen door de dominantie van Christel. Maar als jij niet meer verliefd bent, zou je wel eens boven haar kunnen staan. Jij bent een potentieel overleveraartje. En nu, eins, zwei drei zaufen!”
Terwijl we voor het café staan, horen we keihard ‘Heeee!’, Waarna alle mensen de muziek naroepen: ‘Heeee!’. En nog een keer: ‘Heeeee!’. En wederom zingt het publiek de muziek na. Ik bestel een dubbele whisky, en voor Jidde acht biertjes. De whisky is in no time weg. Ik sta tegenover Jidde, die fanatiek bier achterover slaat, en eigenlijk is het best gezellig om op stap te zijn met een medemisantroop. Na die whisky is de sfeer opeens een stuk euforischer. Een vrouw van rond de 30 draait zich naar me om en schreeuwt werkelijk ‘Kom van dat dak af!’. Ze pakt mijn handen, en ik roep nu mee: ‘Ik waarschuw niet meer! Nee, nìnìnìnìnì van dat dak af, dit is de laatste keer!’. Ik schreeuw nu, Jidde ook, ik word omhelsd door de vrouw, Jidde wordt ook omhelsd aan zijn linker- en rechterzijde, door een jongen en een wat oudere vrouw. Christel kijkt terwijl ik omhelsd word, en ik voel me ontzettend sterk. ‘Kom van dat dak af, het is de laatste keer!’. En het lied is afgelopen, ik lach me kapot, waarom weet ik niet. Christel staat in een hoekje te creperen. Ze kijkt kwaadachtig lief, of eigenlijk denk ik eerder liefachtig woest. Ik sta boven haar.
Ik sta op, en voel acht ogen die me nakijken. Zes jongensogen, en twee meisjesogen. Ik loop richting het busstation, en druk op de liftknop om naar beneden te gaan. De liftknoppen in Hoog Catharijne staan niet bekend om de hygiëne ervan. Ik heb het idee dat elke keer als je dat knopje indrukt, je weer een ziekte rijker bent. Op de mouw van mijn trui zit een vlekje, en ik maak mijn hand met een beetje speeksel nat om de vlek eruit te wrijven. Ik ga bijna over mijn nek, als ik besef dat ik net nog aan die liftknop zat, met de vinger die ik nu in mijn mond heb. De kans dat precies díe vinger in mijn mond belandt is 1 op 10, en tóch… Nou ja, variance, zullen we maar zeggen.
Ik hoef niet lang op de bus richting Overvecht te wachten. Nog twee minuten, zie ik op mijn digitale horloge waar ik ook mee kan bellen. Precies als ik het geval weer in mijn broekzak wil doen, word ik gebeld. Het is Mayra, en ik weet niet of ik op moet nemen. “He,” zeg ik in mijn telefoon nadat ik op het groene knopje duw, en net besloten had niet op te nemen (ik neem niet op, ik neem écht niet op, klik: “He.”). Ik heb het enthousiaste alter-ego van Mayra aan de telefoon.
“He, alles goed? Lang geleden, he?!”, krijg ik als antwoord. Wat heb je nodig, is het eerste wat ik denk.
“Ja, inderdaad. Veel te lang, joh,” antwoord ik, semi-liegend.
“He, heb jij zin om morgen even wat te gaan drinken in Neven?”, vraagt Mayra op haar beurt weer. Een aanbod dat ik nooit van m’n leven af zal (en kan) slaan.
“Ja, maar ik weet niet zeker of ik morgen kan.”
“Nou, ik moet je iets vertellen. Dus als het kan, zo snel mogelijk alsjeblieft,” antwoordt Mayra weer.
“Oke, ik maak wel tijd.”
“Oke, doeg, tot morgen.”
“Tot morgen,” zeg ik en ik hang op.
De muziek is afgelopen, en zo te zien heeft er in het café waar we zijn net een bandje opgetreden, toen Jidde en ik de wereldproblemen aan het oplossen waren. Er staat nog een gitaar, en een saxofoon. Toevallig, aangezien ik gitaar speel, en Christel saxofoon. Ik loop naar het podium, en zie een jongen staan waarvan ik vermoed dat hij een bandlid is. Ik vraag: “Mag ik even?”. De jongen kijkt me vriendelijk aan en geeft me gelijk toestemming. Ik tokkel wat op de snaren, maar schrik dat het geval nog op de boxen staat aangesloten. Ik raak de snaren zo zacht mogelijk aan en speel zo voor de dronken cafébezoekers bijna onhoorbaar een liedje. Het is echter behoorlijk hinderlijk om continu zo zacht te spelen. Misschien dat het de whisky was, maar ik speelde nu over de boxen op een gitaar in een café. De dj kijkt naar me, en zet de muziek nu af. Ik begin langzaam met een bluesachtige intro. Ik zie honderden ogen naar me staren. Die van Christel, en ook die van de 30-jarige vrouw die me omhelsde en onder die knuffel in mijn nek zoende (maar dat heeft Christel niet gezien, hoop ik althans). Het ritme gaat omhoog, en ik merk dat dit aanslaat. Nog zeven akkoorden, dan begint de solo, weet ik omdat ik dit nummer al honderden keren, misschien wel duizenden keren thuis heb gespeeld de afgelopen maanden. Nog zes, vier, twee, en daar gaan we. Ik sta als een dronken luchtgitarist, maar dan met een echte gitaar te soleren in een café. Het publiek gaat uit zijn dak. Er staan mannen van 20, 30, 40, 50 en nog ouder te swingen. Sommigen spelen luchtgitaar, anderen dansen er wild op los. Ik geniet, dit is het. Beter dan seks, dit is het. Beter dan zes buy-ins up zijn op een avond. Ik sluit de moeilijke solo spetterend af, en het eindakkoord klinkt nog na in de boxen, waarna ik een daverend applaus inneem. Ik stap het podium af. De jongen van de band geeft me een compliment: “Super, echt gaaf man!”. Ik bedank hem, en loop naar Jidde, terwijl ik in mijn ooghoeken Christel nog liefachtig woester zie kijken.
Comments
Comments weer welkom =]
more. NU!
Jaaah geweldig! Je moet er echt een boek van maken! zeker weten
Hey leuk verhaal, af en toe ook mooie humor (variance, etc.)
lol, weak imo om meteen te stoppen na je slowroll 
beetje laat maar weer goed






Heerlijk heerlijk heerlijk!!!!